|
Strijd aan de grens van Europa in Afrika Een gesprek met Mohammed Talbi van de ABCDS, zelforganisatie in Oujda, Marokko

'We verdedigen het recht op hoop'
Fantômas nr. 13, 2008, interview door Miriam Edding
Toen we onze vereniging oprichtten, wilden we in de eerste plaats één elementair recht verdedigen: het recht op een beter leven. In onze wijk heerst grote armoede, een immense sociale uitsluiting. De jeugd ontbreekt het aan alles: geld, een opleiding, het uitzicht op een baan, de mogelijkheid van een echt perspectief. Daarom hadden we een ruimte nodig om ons uit te kunnen drukken. Een ruimte, om zo te zeggen, dat we überhaupt existeren. Van daaruit wilden we de vele problemen, zoals bijvoorbeeld het drugsgebruik, de vatbaarheid voor islamitische parolen of het afgeleiden naar de criminaliteit iets tegenoverstellen. We willen dat de jeugd de mogelijkheid krijgt over de eigen situatie te reflecteren. Strategieën te ontwikkelen en gemeenschappelijke initiatieven te ontwikkelen. De Marokkaanse jeugd is verloren, allen hier in Marokko dromen van een beter leven in Europa - net als de vluchtelingen uit de Subsahara. Ons uitgangspunt is participatief, naar het motto van Ghandi: Iemand die iets zonder mijn medewerking voor mij doet, doet iets tegen mij.
Globale solidariteit in de praktijk: Oujda, Marokko
Onze vereniging ontstond in 2005, kort voor de gebeurtenissen in Ceuta en Melilla. Na de stormloop van de migranten uit de Subsahara op de Spaanse enclaves werd het grensgebied zo ingericht dat van daaruit nauwelijks nog iemand Europa bereiken kon. Gelijktijdig begon de Marokkaanse staat met razzia's en deportaties in geheel Marokko, om de vluchtelingen over de Algerijnse grens uit te zetten. De universiteitscampus hier in Oujda veranderde in een groot vluchtelingenkamp. En steeds meer tot een uitzichtloos eindstation voor de migranten. Tot wel 600 mensen zaten hier toentertijd vast.
In deze situatie werd de ondersteuning van migranten onze hoofdactiviteit. Voor ons is de verdediging van hun recht ook de verdediging van ons recht. In onze maatschappij is migratie net zo'n uitweg voor ons als voor hen. Ook als hier geprobeerd wordt racisme tegen zwarten aan te wakkeren, ontstaat juist onder de arme bevolking een grote solidariteit. We organiseren concrete humanitaire ondersteuning ( uitdelen van levensmiddelen, kleding en geneesmiddelen), we bezorgen de vluchtelingen handy-prepaid-kaarten, waardoor ze met hun familie kunnen telefoneren en organiseren contacten met advocaten of de UNHCR in Rabat. Dit hebben we in eerste instantie met de weinige middelen gedaan, die we in onze wijk van solidaire mensen konden los krijgen. Nu krijgen wij onregelmatig ondersteuning van Europese NGO's.
We zien het als onze taak de verplaatsing en militarisering van de buitengrenzen van de EU alsook de hiermee samenhangende coöperatie van de Marokkaanse regering openbaar te maken. Marokko speelt de rol van gendarme voor Europa met meedogenloze consequenties voor de migranten. Daar bijna alle migranten te zijner tijd in Oujda belanden, zijn we van praktisch alles op de hoogte , wat er hier aan de grens of bij razzia's gebeurt, van alle aanvallen en doden. Wij zijn vaak de eersten die deze gebeurtenissen optekenen en dan ook openbaar maken. In Marokko en in Europa.
In april heeft de Marokkaanse kustwacht een boot met ongeveer 70 mensen aan boord lek gestoken, zodat deze is gezonken. Negenentwintig mensen, waaronder vrouwen en kinderen, zijn daarbij verdronken. Het feit dat de Marokkaanse kustwacht mensen ombrengt, heeft dan toch in de internationale media tot opwinding geleid, ondanks dat de staat tot op de dag van vandaag het gebeuren ontkent. Daar de Marokkaanse minister van Binnenlandse Zaken. van het voorjaar 68 miljoen Euro heeft toegezegd gekregen voor de intensivering van de grensbeveiliging, wordt zijn erebaantje tot een fulltime baan opgewaardeerd.
Inmiddels zijn wij het belangrijkste aanspreekpunt geworden voor de Europese media, voor vele onderzoekers van migratie en vluchtelingenorganisaties uit Europa. Deze contacten beschermen ons enerzijds tegen repressie - we worden al lange tijd in de gaten gehouden en de politie probeert via ons aan verstopplaatsen van de migranten te komen - en leid van de andere kant ertoe dat we de staat werkelijk een doorn in het oog zijn. We gaan er vanuit dat slechts op een gelegenheid wachten om ons monddood te maken
Terreur en autonomie voor migranten
Ons gehele continent is op de zoek naar hoop. De hoop, door migratie de misère te ontlopen, het is de lucht die we inademen, een muziek die altijd aanwezig is, een algehele cultuur. Het idee van migratie is ons eigen geworden in onze jeugd. Kinderen dromen, overal op de wereld. Als je hier een kind vraagt wat wil je worden, arts, professor of piloot - dan antwoordt het: ik wordt migrant. Iemand die naar het buitenland is gegaan, is meer waard dan alle anderen.
Niemand, die niet hier is opgegroeid, kan dat begrijpen. We zijn geboren om naar Europa te migreren. De familie beslist, allen brengen middelen bijeen opdat je kunt gaan. Ook de staat stuurt ons in die richting, omdat de geldovermakingen van de buitenlandse Marokkanen het land draaiende houden. Door de druk van alle kanten ontstaat een eigenhaat als het je niet lukt aan de verwachtingen te voldoen. Je haat het leven wat je leidt. Je vraagt je bij elke vriend of verwante af: waarom hij, waarom niet ik?
We zijn allen slachtoffer van de leugens en toezeggingen op de televisie. We geloven in dit succesverhaal. Als duizend personen migreren en het niet klaarspelen, maar één slaagt wel - dan kijken we niet naar die duizend, we kijken naar die ene. Er wordt niet gevraagd naar wat je aan de overkant doet, of je er vuil ophaalt of drugs verkoopt. Men ziet wat hij heeft als hij terugkomt: een auto, merkkleding, een goed leven..De mensensmokkelaar profiteert daarvan. Ze beloven je alles wat je wilt horen. We noemen ze dromenverkopers. Als we een grote auto zien is het niet hetzelfde, of hij een geel, dus een Europees nummerbord heeft, of een Marokkaanse. Van de twee auto's van het zelfde merk en de zelfde prijsklasse, is de auto met het Europese nummerbord meer waard. Als het zomer wordt staan overal op grote borden op alle vliegvelden "Hartelijk welkom Marokkanen die zich in het buitenland hebben gevestigd". Een ieder speurt dit onderscheid. Als je van daar terugkomt wordt je als een menselijk wezen beschouwd.
Achter de slotgrachten het paradijs
De grenzen komen velen voor als de poort naar het paradijs. Daar voor moet je een brandende slotgracht zien over te komen. Europa is het kasteel met de zee als slotgracht. Het eerste contact met degenen, die de andere kant hebben bereikt, is altijd hetzelfde: Ze zeggen ons, het is het paradijs. We willen allemaal het paradijs ervaren.
We staan op het recht van het mogen ervaren, op het recht op een kans. De gang naar de ambassade om een visum te krijgen is vernederend. Je probeert het keer op keer, maar wordt steeds afgewezen. Dat doet je wens in het extreme toenemen. Je wordt ervan bezeten. Er ontstaat een bezetenheid om te migreren. Dat geldt bij de Marokkanen op dezelfde wijze als bij de vluchtelingen uit de Subsahara. Je raakt erdoor verstikt, niet voor jezelf en de jouwen productief te kunnen zijn.
We eisen het recht op bewegingsvrijheid, op sociale zekerheid, op een eenvoudige economische zekerheid. We willen dit recht voor ons en onze familie. En als ons dat in ons land van herkomst ontzegd wordt, dan hebben we het recht daarnaar op zoek te gaan. Er is veel dat we niet willen opgeven, maar je wordt er toe gedwongen het te doen. De migratie is geen keus. Niemand houdt ons van dit pad af. Het recht op bewegingsvrijheid is een mensenrecht. We zijn er tegen dat er mensen zijn die overal heen kunnen reizen en anderen, die wordt voorgeschreven, waar je wel dan niet heen mag. Dat er mensen zijn die vrijheid hebben en mensen die gedwongen worden. Het gaat erom het mensenrecht te hebben. Wat we ook verdedigen is het recht op hoop.
Mohammed Talbi is activist van de organisatie ABCDS ( Association Beni Znassen pour la Culture, le Développement et la Solidarité ) in Oujda, Marokko.
De vereniging ABCDS werd door een groep jongeren in een arbeiderswijk van de Marokkaanse grensstad Oujda opgericht. De 34 leden van de vereniging hebben voor verscheidene werkterreinen gekozen: het organiseren van culturele activiteiten, het mobiliseren van de vrouwen in de wijk, jeugdwerk en de strijd voor de rechten van de migranten uit de Subsahara. Vooral het laatste, in samenhang met een zeer succesvol internationaal netwerk en media-arbeid, heeft de ABCDS buiten de grenzen van Marokko bekendheid gegeven. Daarenboven willen de activisten een zelf georganiseerd sociaalcentrum in Oujda opzetten, dat ruimte bied voor discussie, uitwisseling en eigen projecten. Tot nu toe ontbeerd de realisatie van dit idee toerijkende financiële middelen. Alle activisten leven onder dezelfde omstandigheden als die, voor wie en met wie zij zich engageren.: Ze hebben geen of slechts een eenvoudig baantje. Lange tijd moesten ze de kosten voor hun bureau en telefoon zichzelf uit de mond sparen. Inmiddels krijgt de vereniging financiële ondersteuning van westerse NGO's. Toch valt de telefoon af en toe nog stil, als een rekening niet valt te voldoen. Ondanks de penibele omstandigheden van de vereniging is voor de ABCDS de eigen onafhankelijkheid van groot belang. Een aanbod van de UNHCR voor veel geld en met gegarandeerde arbeidsplaatsen uitsluitend met die vluchtelingen te werken, die de officiële vluchtelingenstatus van de UNHCR bezitten, hebben de activisten dan ook afgewezen.
[1] In september en oktober 2005 kwam het tot een zelf georganiseerde, massale bestorming door vluchtelingen van de beide Spaanse enclaves Ceuta en Melilla. Daarbij schoten de Spaanse en Marokkaanse grenspolitie elf mensen dood. Marokkaanse mensenrechten- en vluchtelingenorganisaties sinds die tijd elk jaar in oktober een herdenkingsdag voor deze slachtoffers.

|